Federico García Lorca’s duende

“It was while Federico García Lorca was studying at Columbia University in 1929, making nightly jaunts to Harlem clubs to hear jazz and blues, that he popularized the Spanish folk concept of duende (the capacity to convey great emotion to an audience) an ability shared by both matadors and performers of flamenco.

Duende, like the blues, was personified as a demonic spirit capable of troublemaking and bringing with it irrationality, earthiness, a strong sense of death. Yet if you sought it out and struggled with it, it could help to communicate great emotional art. Duende was the inexplicable in art, the source of what Garcia Lorca called “the black sounds,” the power of music.” – John Szwed (So what: The Life of Miles Davis)

Duende betekent letterlijk geest of spook, maar voor de Spaanse dichter Federico García Lorca is het één van de drie verbeeldingen van artistieke inspiratie die menselijke creativiteit aansturen. Zijn andere bronnen noemt hij muzen en engelen. Hij betoogde dat de ware kunstenaar zich levendig bewust is van de dood, zich verbonden voelt met de vaderlandse bodem en erkent dat er grenzen zijn aan de rede.

In zijn essay “Spel en theorie van de duende” schrijft Lorca onder meer:

“I heard an old maestro of the guitar say: the duende is not a question of skill, but of a style that’s truly alive. It’s in the veins, it’s of the most ancient culture of immediate creation.”

Duende laat zich uiteindelijk het beste omschrijven als geestdrift, de bevlogenheid van de muzikant die ziel geeft aan de muziek.

 

Federico García Lorca -Theory and play of the duende